Achtergrond

Als wereldreiziger reis ik over alle continenten en mocht ik inmiddels meer dan 60 landen bezoeken. In alle uithoeken van de wereld heb ik gezien hoe mensen wonen en hoe huizen worden opgebouwd. Die bouw is afhankelijk van het klimaat, van de economische en politieke situatie in een land en van traditionele gebruiken die ook invloed hebben op de manier van wonen. Van de bedoeïenen in het Midden-Oosten die in tenten van kamelenhuid en doeken leven, tot hutten van takken en bananenbladeren in Midden-Amerika en houten huizen met een grasdak in IJsland en Scandinavië: wat me vooral is opgevallen is de vindingrijkheid bij de bouw van ‘woningen’. Hoe armoedig de situatie ook is in een land en hoe het klimaat ook is, mensen vinden altijd een manier om een dak boven hun hoofd te creëren. In Afrika, Azië en het Midden-Oosten zag ik woningen, gebouwd uit afval, aarde, leem, kalk en ander bij elkaar geraapt materiaal. Daar uit pure noodzaak, namelijk armoede. Het is vreselijk om te zien dat mensen uit armoede in dit soort woningen moeten leven, maar het zette me wel aan het denken over de verspilzucht in onze Westerse wereld. Waarom moet hier alles nieuw? Waarom geven wij zoveel geld uit aan dure bouwmaterialen en de nieuwste technische snufjes terwijl oude technieken en gebruikte materialen ook zouden volstaan? Waarom gooien wij materialen weg die nog ergens voor gebruikt kunnen worden?

Een interessante gedachte voor onze woonomgeving. Is het mogelijk om woningen te bouwen uit afval en restproducten? Kunnen we onze verspilzucht terugdringen door gebruikte producten ergens anders opnieuw in te zetten? Hebben we allemaal onze eigen energievoorziening nodig? Is het haalbaar om faciliteiten te delen?

Wat ontstond als een gedachte die naar voren kwam tijdens een bezoek aan de compounds in Gambia (een soort woongemeenschappen, opgetrokken uit afval en natuurlijke materialen met gedeelde water- en energievoorzieningen) werd langzaam een idee. Zou het überhaupt kunnen in Nederland? Een woning bouwen uit afval en restproducten, CO2-neutraal, met gedeelde voorzieningen? En hoe past dat dan binnen de Nederlandse wetgeving op het gebied van bouwen en wonen? Het idee werd een uitdaging en resulteerde in een verkennend onderzoek naar alternatieve woonvormen, een deeleconomie en de haalbaarheid daarvan binnen de Nederlandse wet- en regelgeving. We bezochten verschillende soortgelijke initiatieven in Nederland en de onderzoeksresultaten vormden een plan. Dat plan was aanvankelijk om een Earthship te bouwen: een autonoom gebouw dat volledig is gebouwd uit afval, restproducten en natuurlijke materialen, helemaal op gaat in de groene omgeving en volledig zelfvoorzienend is. Een Earthship voorziet zelf in zijn basisbehoeften: water, voedsel, warmte, schone energie en sanitair en heeft geen milieubelastend effect op de omgeving. Het Earthship zou een recreatieve en een educatieve/maatschappelijke functie krijgen, zodat er niet alleen verblijfsmogelijkheden zouden zijn maar ook workshops gegeven konden worden over duurzaam bouwen en zelfvoorzienend leven. We wilden dit idee namelijk niet voor onszelf houden, maar vooral delen en onze boodschap uitdragen.

Op de locatie in Weert die wij aanvankelijk voor ogen hadden bleek de bouw van een Earthship planologisch gezien echter niet haalbaar gezien de locatie in het buitengebied lag, binnen een agrarische bestemming, zonder mogelijkheden om de functie te wijzigen. Een domper, want de financiering was rond, we hadden afspraken gemaakt met lokale bedrijven en particulieren die een bijdrage wilden leveren in materialen en restproducten en de grond was reeds in ons eigendom.

Ondanks het feit dat het Earthship op onze eigen grond niet gebouwd mocht worden, wilden we het project toch niet opgeven. Het project zou namelijk perfect passen binnen de groene en duurzame visie van Weert en zou oprecht een goede maatschappelijke bijdrage kunnen bieden. Te mooi om op te geven dus! Ook binnen de gemeente is het initiatief -even afgezien van de aanvankelijke locatie- enthousiast ontvangen. Om die reden heeft de gemeente Weert de mogelijkheden verkend om dit initiatief binnen een reeds bestaande woonbestemming te ontplooien. Gelijktijdig ontmoetten wij een aantal andere Weertenaren die ervaring hadden met het ontwikkelen van een ecodorp, alternatief bouwen en zelfvoorzienend leven. Zij bleken oprecht geïnteresseerd in ons project en waren ook op zoek naar een locatie die geschikt was voor alternatief wonen, zij het in een andere vorm, namelijk in een Tiny House. Een Tiny House is een woning van max. 50 m2, (deels) zelfvoorzienend, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van ruimte en innovatieve technologieën. Onze visie bleek dezelfde: minder verspillen, meer delen, duurzaam wonen, leven en werken op een zoveel mogelijk zelfvoorzienende wijze die geen schade aanricht aan de omgeving en de vergroening en duurzaamheid in de nabije omgeving versterkt. IN WEERT! Een gezamenlijk plan was geboren. Een plan waarbij we een ‘proeftuin’ creëren om bijzondere, alternatieve wooneenheden te ontwikkelen binnen een groen en duurzaam kader.

De gemeente droeg ons verschillende ontwikkellocaties aan. Eén specifieke locatie biedt uitsluitsel: hier mogen 7 wooneenheden worden ontwikkeld. Door een bestaande milieucirkel (geluid) mag er een tijdelijke omgevingsvergunning worden afgegeven voor de bouw van deze wooneenheden voor maximaal 10 jaar. Derhalve dient het gehele concept ‘demontabel’ te zijn: wanneer de vergunning verloopt mag er alleen maar groen achterblijven.

Met ons plan willen wij invulling geven aan dit concept en hopen wij een geheel uniek, groen en duurzaam project voor Weert neer kunnen zetten.

Kelly